Veelgestelde vragen

vragen en antwoorden

  1. Treden er altijd spasmen op als de laesie laag lumbaal is?
    – De meeste laesies hebben last van spasmen, hoog of laag maakt niet uit, de een heeft er meer last van dan de ander, soms zelfs zo erg dat ie erdoor uit z’n rolstoel klapt door de spiertrekkingen (spasmen). Maar anders kan ook, totaal geen last. De een er wel last van heeft en de ander niet, er is geen laesie het zelfde, ook niet met de zelfde hoogte.
  2. Tetraplegie is toch armen en benen en paraplegie alleen benen?
    – Ja
  3. Is catheteriseren nog steeds de meest gebruikte manier?
    – Tot voor een 2 jaar geleden klopte men ook veel op de buik met de hand, op de plek van de blaas en dan ging de sluitspier open, maar tegenwoordig is men daar van teruggekomen, schijnt niet zo’n goede methode te zijn, dus is men nu meer aan het catheteriseren zo’n 300-500cc per keer, veel meer is weer slecht voor de nieren wanneer de druk in de blaas te veel op loopt gaan de nierblaasjes kapot, deze produceren de urine. Tegenwoordig kan men ook een blaasstimulator in laten bouwen. Dit is wat gunstiger omdat je dan minder last hebt van blaasontstekingen, en het stimuleert de darmen, waardoor je weer wat makkelijker de ontlasting kan kwijt raken.(staat ook e.e.a. over onder incontinentie) Ook is het stimuleren weer goed voor de bil en de beenspieren, dit tegen decubitus e.d.
  4. Zijn ziekenhuizen e.d. altijd goed aangepast voor dwarslaesies?
    – Nee meeste zieken huizen e.d. zijn niet aan gepast voor iemand met een dwarslaesie, altijd hele hoge behandel bedden e.d. ook met foto’s maken is het heel moeilijk om er op te komen, altijd moet er geholpen worden, ook vraagt men altijd, kunt u niet even staan, nu, met de meeste dwarslaesie’s kan dat niet meer, wanneer de bedden e.d. wat meer omlaag zouden kunnen zou je zelf makkelijker een transfer kunnen maken. Vaak weet men ook niet hoe men iemand met een laesie moet behandelen i.v.m. doorliggen of decubitus. Maarrr, moet zeggen het wordt wel beter.
  5. Hoe komt het dat de darmspieren zelf het nog wel doen? Heeft het er iets mee te maken dat dat vegetatief aangestuurd wordt?
    – Ja en ook de hoogte van de laesie omdat je boven een bepaalde hoogte geen peristaltiek hebt, dan zakt de ontlasting gewoon door de zwaartekracht en het bewegen e.d.
  6. Hoe hoog is de levens verwachting met een laesie?
    – Vroeger en in ontwikkelingslanden, heel laag. Maar in de westerse landen en in Amerika heel hoog, dit ook door de voortschrijdende techtniek steeds hoger, e.e.a. heeft ook te maken met de levenshouding en het gebruik van medicijnen.
  7. Is een dwarslaesie te genezen???
    – Een dwarslaesie is nu, anno 2011, (nog) niet te genezen. Vele jaren is men er vanuit gegaan dat een dwarslaesie niet te genezen zou zijn, nu niet en in de toekomst op middellange termijn ook niet. Zenuwweefsel kon niet regenereren. De laatste jaren zijn er echter in het fundamenteel onderzoek naar de processen die spelen bij beschadiging en doorsnijding van zenuwen, grote stappen gezet. Men heeft wel veel meer inzicht in wat er precies gebeurd wanneer een zenuw wordt doorsneden en in de factoren die veroorzaken dat het weefsel niet regenereert, terwijl ander weefsel dat wel doet. 

    De schatting is nu dat over 5 a 20 jaar dwarslaesies zullen kunnen worden genezen. Vooreerst zal dat alleen mogelijk zijn bij mensen die pas een dwarslaesie hebben. Bij mensen die al langer een dwarslaesie hebben, zijn belangrijke gedeelten van het lichaam zo veranderd, dat de prognose aanzienlijk negatiever is.

    Enkele leden van Dwarslaesie Organisatie Nederland Stichting De Schakel volgen via het internet nauwgezet wat er gebeurt op dit gebied. Zij geven hieronder weer wat er op het internet wereldwijd wordt gepubliceerd. Een aantal publicaties is vertaald.

    Middels deze pagina’s geven wij iedereen de gelegenheid om op de hoogte te komen van de nieuwste inspanningen op het gebied van het genezen van een dwarslaesie.

    Wij gaan er van uit dat iedereen zelfstandig en volwassen omgaat met deze informatie; dat men zich niet ten onrechte verheugt op resultaten die er eerst op lange termijn zijn.